Correct Ongediertebestrijding

Correct is gespecialiseerd in het bestrijden van ongedierte. Lastig, onhygienisch, gevaarlijk, de redenen waarom u af wilt van uw ongedierte zijn divers.

Er bestaan verschillende groepen dieren die wij in staat zijn te verdrijven.

Preventie, bestrijding en voorlichting zijn kernwoorden waarmee wij onze activiteiten kenschetsen. Voorkomen is beter dan genezen, daarom zijn wij, ook als u geen last heeft van ongedierte, in staat u te adviseren ongedierte te voorkomen. Kleine praktische maatregelen, helpen een boel ongedierteleed te voorkomen.





Kleine zoogdieren/vogels

De groep kleine zoogdieren en vogels bestaan uit muizen, ratten, mollen, vleermuizen en vogels.

De muizensoorten die u rond en in uw huis kan tegenkomen, zijn de spitsmuis en de 'gewone' muis, de huismuis. Deze laatste kunnen een ware plaag zijn in huis, de gewoonte van deze beestjes is de tanden te slijpen aan wat mogelijk is. Houtwerk en leidingen kunnen geruïneerd worden door de huismuis. De heeft zijn territorium het liefst buitenshuis, en nestelt zich daar in holen en gangen. De grootste schade die de spitsmuis aanricht is zijn vervuiling, de voedselverbranding gaat erg snel en produceert zo veel afvalstoffen.


Over ratten bestaan veel clichés, toch zijn ze onaangenaam als ze in de omgeving van mensen bivakkeren. De meest hinderlijke zijn de bruine en zwarte rat. Deze vertoeven graag in de leefomgeving van mensen om zich te goed te doen aan afval dat wordt achtergelaten. Ze knagen graag aan allerlei kabels, waardoor bijvoorbeeld storingen aan apparatuur kunnen ontstaan. Belangrijkste argument om ratten uit te roeien is dat ze in staat zijn ziekten over te brengen, zowel bij mensen als dieren (bv. De Ziekte van Weil).


De vleermuis nestelt zich graag in gebouwen, vooral als ze over een rustig, donker plekje kunnen beschikken. Ze vormen geen groot gevaar, maar kunnen wel vervuiling veroorzaken en voor geluidsoverlast zorgen. Ook kunnen ze hondsdolheid overbrengen, de kans daarop is alleen erg klein. Wist u dat vleermuizen de enige vliegende zoogdieren zijn?

Meestal zijn vogels de sfeermakers van de natuur, als ze echter dichtbij de mens bivakkeren kunnen ze voor flinke overlast zorgen. Het grote voorbeeld zijn natuurlijk de stadsduiven die hun uitwerpselen zichtbaar achterlaten op gebouwen. Ze doen zich te goed aan wat mensen aan etenswaren hebben achtergelaten en vermenigvuldigen zich zo erg snel. Naast de stadsduiven kunnen ook andere vogels voor overlast zorgen. Ze zijn vaak potentiële ziektehaarden onder zich en kunnen parasieten, mijten en teken bij zich dragen. [naar boven]




Schadelijke insecten en mijten

Een gebouw zonder kleine beestjes bestaat niet, maar wanneer het aantal te groot wordt, is het verstandig actie te ondernemen. Uit de duizenden soorten zijn er enkele die in uw huis of bedrijfsgebouw kunnen voorkomen. We onderscheiden de huisstofmijten, de 'visjes en de beruchte kakkerlakken.

Omdat er de laatste eeuw steeds meer stoffen meubelen bij zijn gekomen, heeft de huisstofmijt terrein gewonnen. Deze verblijft graag in een vochtige omgeving, in stoffen meubelen, of bijvoorbeeld matrassen. Huisstofmijt kan bij overgevoelige personen allergische reacties veroorzaken. Vervellingshuidjes en uitwerpselen kunnen astmatische aandoeningen teweeg brengen.

Met 'visjes' bedoelen we het ovenvisje en het zilvervisje. Het enige wat deze twee gemeen hebben is dat ze gedijen in een vochtige omgeving. Het ovenvisje kan zich overal ontwikkelen waar een redelijke luchtvochtigheid heerst, ze kunnen schade veroorzaken aan papier, behang en synthetische materialen als ze leven op een wat drogere plek.

Het zilvervisje heeft het liefst een zo nat mogelijke plek en ontwikkelt zich dus bij voorkeur in doucheruimten of andere natte plekken. Echte overlast geven ze niet, behalve als er grote groepen aanwezig zijn.


Kakkerlakken bestaan in verschillende soorten en maten. De exemplaren die we het meest in gebouwen tegenkomen zijn de oosterse, de Duitse, de Amerikaanse en de Bruinbandkakkerlak. Kakkerlakken komen oorspronkelijk uit tropische landen, maar zijn in Nederland gekomen omdat ze meeliftten op importgoederen. De beestjes profiteren meestal van vervuilde omgevingen waar een temperatuur is van 25 graden of hoger.

Het grote probleem als u kakkerlakken heeft, is dat ze zich razendsnel kunnen voortplanten. Als u erachter komt dient u razendsnel te handelen. Kakkerlakken, die graag verblijven op donkere plekken, laten zich in het licht niet snel zien. Ze laten bacteriën en schimmelsporen na en vervuilen zo het voedsel, ook verspreiden ze vaak een penetrante geur. [naar boven]




Stekende insecten, teken en wantsen

Misschien wel de groep waar we als mens direct het meeste last van hebben, zijn de stekende insecten. Vanuit deze groep onderscheiden we enkele waarvan we in Nederland het meeste last ondervinden: bijen, wespen, steekmuggen, vlooien, bedwantsen, de processierups en de hondenteek.

Eigenlijk zijn bijen heel nuttige dieren, ze brengen stuifmeel over van bloem naar bloem en produceren honing. Maar ze kunnen ook nesten bouwen op de meest ongelegen plekken. Bijen in Nederland zullen niet vanuit zichzelf steken, wel wanneer ze zich aangevallen worden. Steken betekent voor bijen zelfmoord.

De wesp leeft vaak in grote eenheden en leven normaal gesproken niet langer dan een seizoen. Zo kunnen ze u in de zomer veel last bezorgen, ook al hebben wespen ook zo hun nuttige kanten, zoals het bestuiven van gewassen. In tegenstelling tot bijen, steken wespen wel. Als u de rust van het nest verstoort kunnen wespen agressief worden en steken.

Absoluut nummer een op de lijst van vervelendste insecten staat de (steek-) mug. In het zomerseizoen kan hij een ware plaag zijn voor mens en dier. Zeker 's nachts, wanneer hij slaapkamers binnendringt, kan hij u danig uit de slaap houden, en vervelender, steken. Muggen gedijen het beste in een vochtige omgeving, hun larven leggen ze in stilstaand en ondiep water

De mens heeft wat minder last van vlooien, die bivakkeren liever in de nabijheid van (huis-) dieren. Zij springen van dier naar dier om zich te goed te doen aan hun bloed, mensenbloed lusten ze niet, desondanks kunnen ze wel allergische reacties veroorzaken als ze per ongeluk op een mens springen. Vooral bij hoge temperaturen kan er zich razendsnel een vlooienplaag ontwikkelen.

Bedwantsen leven in gebouwen en zijn meesters in het zich verbergen. Ze verschuilen zich in spleten, onder kleedjes, in matrassen en gordijnen etc. Ze verspreiden zich razendsnel, ze laten zich meevoeren met bagage en transporten. Bedwantsen leven van mensenbloed en verspreiden bij grote aantallen een penetrante geur. [naar boven]




Materiaalschadende insecten

Er bestaan verschillende soorten motten en kevers die ervoor kunnen zorgen dat materialen beschadigd kunnen worden. We spreken hier dan over motten en keversoorten.

De bruine huismot, de kleermot en de meelmot zijn mottensoorten waar we in onze directe omgeving het meest last van kunnen hebben. De bruine huismot gedijt uitstekend in allerhande plantaardige en dierlijke materialen, zoals zaden, wol en linnen. Zo kunnen vochtig tapijt en houten vloeren aanzienlijk beschadigd worden, voorwaarde daarvoor is een hoge luchtvochtigheid.

De bekende kleermot, voedt zich met stoffen als wol, bont en veren. Ze leggen hun eitjes daarin, die na acht tot tien dagen uitkomen. Kleermotten leven alleen binnenshuis, waar ze bij een hoge kamertemperatuur het best gedijen.

Eigenlijk zijn het niet de meelmotten zelf, maar hun larven die zich te goed doen aan meel, meelproducten en plantaardige materialen. De meelmotten leggen hun eitjes in deze zetmeelhoudende materialen. Ook deze mottensoort leeft graag in omgeving die warm is en waar een hoge luchtvochtigheid heerst. Het is een zeer schadelijke mot, aangetaste materialen kunt in de prullenbak gooien, ze zijn namelijk verontreinigd wet uitwerpselen. Ook kan het door de larven samengesponnen meel zorgen voor verstoppingen in bv. trechters en zeven.

Kevers die schade kunnen aanrichten zijn de tapijtkever, de gewone en de grote houtwormkever, de huisboktor, de heipaalkever en de lapsnuitkever.

Hoewel de naam tapijtkever iets anders doet vermoeden, komt deze binnenhuis niet vaak voor. Alleen de larven kunnen schade aanrichten, omdat de tapijtkever de eitjes graag legt in dierlijke materialen zoals wol en dierenhuiden. [naar boven]




Overige hinderlijke geleedpotigen

Informatie volgt spoedig!

[naar boven]